Internationalisering

I. Achtergrond

Vanaf september 2004 heeft het Montessori College een begin gemaakt met haar internationale activiteiten. Daartoe heeft het een “Coördinator Internationalisering” aangetrokken. Deze zal onder meer voorstellen doen voor internationale projecten en voor een daarmee enigszins in de pas lopende interne organisatie.

Waarom zou een school internationaliseren?  Welnu, het Montessori College ziet leren uitdrukkelijk als een ontwikkeling(sproces) van individuele leerlingen. Haar motto luidt: "Verbaas jezelf", met andere woorden: ontdek je (verborgen) kwaliteiten en mogelijkheden en zorg ervoor dat je je daarin ook verder ontwikkelt.

Gegeven de mondialisering en de toenemende samenwerking binnen een steeds verder uitdijend Europa, is het welhaast niet meer dan logisch dat het leren niet alleen in figuurlijke zin, maar ook feitelijk grensoverschrijdend plaatsvindt.
Internationale uitwisselingen dragen bij tot een verrijking van leer- en ontwikkelingsprocessen van leerlingen en zorgen er mede voor dat het leren niet alleen in de school gebeurt, maar ook daarbuiten. Een en ander stelt de leerlingen in staat om andere competenties te ontwikkelen dan de gangbare.
Bovendien is het, gezien die globalisering, niet ondenkbaar dat een leerling straks zijn heil gaat zoeken in het buitenland. En dan is een voorbereiding daarop op school zeker niet overbodig.

     
II. Waarom?

Wat ons betreft zou elke leerling, die dat wil, in zijn of haar schoolloopbaan in staat moeten worden gesteld om ten minste één week in verband met studiedoeleinden in het buitenland te verblijven.

De verwachting is dat leerlingen door deelname aan  Europese projecten taalvaardiger worden in het Engels, Frans, Spaans of Duits, een bredere blik op de wereld ontwikkelen en meer kennis van en begrip krijgen voor culturele diversiteit.
In de vorm van uitwisselingen kan de school een bijdrage leveren aan de
persoonlijkheidsvorming van de leerlingen. Zij doen er leerervaringen mee op, die in de gewone lessen niet haalbaar zijn. Het verblijf in gastgezinnen levert bovendien een zeer directe kennismaking op met een andere cultuur, eigenlijk al een doel op zich.

We willen, kortom, in een veranderende wereld, waarin enerzijds grenzen verdwijnen
en anderzijds verschijnen, onze leerlingen in contact brengen met andere leef- en denkpatronen, met naar te hopen valt wederzijds begrip en respect als resultaat.

Maar niet alleen de leerlingen varen er wel bij, ook voor hun docenten is het verfrissend. Het is gewoon ontzettend leuk om samen met je pupillen voor langere tijd op stap te gaan. En wat is er nu mooier en uitdagender dan je te verdiepen in een andere cultuur, buitenlandse collega’s te ontmoeten en echt te leren kennen en samen met hen een onderwerp uit te diepen, om over de overige geneugten des levens nog maar niet te spreken… Kortom, je komt op nieuwe ideeën; je neemt kennis van andere onderwijssystemen, waaruit je het goede weer kunt gebruiken voor de eigen onderwijsontwikkeling.

En “last but not least”: de ouders. Wij willen hen  van meet af aan bij de uitwisselingen van hun kroost betrekken. Want de leerlingen wonen in de regel bij elkaar in gastgezinnen. Ouders zijn dus tijdelijk ook gastouders.
De reden daarvoor is niet alleen dat dit kostenbesparend werkt, maar ook dat het een ervaring op zich is. Leerlingen en trouwens ook hun leraren nemen immers deel aan het gezinsleven in een vreemd land, aan het dagelijkse reilen en zeilen in een andere cultuur. Ze zijn dus niet in de eerste plaats tourist!
Vanzelfsprekend hebben de leerlingen van te voren al veel contact met elkaar gehad en hun voorkeur speelt dan ook een grote rol bij de matching. Hiervoor draagt uiteindelijk de school zorg, die de buitenlandse groep het eerst ontvangt.


III. Wat doen we?

Hoe realiseer je nou zoiets, én met een zo klein mogelijke bijdrage van de ouders?
Om met dat laatste te beginnen: scholen wie de Europese gedachte ter harte gaat, krijgen flinke subsidies. Die krijgen ze van het Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs (EP) in Alkmaar, een soort nationale vertegenwoordiging van “Brussel”. Maar alléén als daar serieuze, degelijke projecten tegenover staan. Want de Europese integratie moet vooral gestalte krijgen op scholen. De jongeren van nu zijn immers de Europese burgers van morgen.

Één van de voorwaarden, waaraan zo’n project moet voldoen, is dat zo’n het ingebed is in het onderwijs. Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk vakken er een bijdrage aan leveren en dat, in het geval van het Montessori College, de Keuze Werk Tijd optimaal  benut wordt. Zo kunnen er in het kader van een uitwisselingsproject thema-KWT’s gegeven worden.
Idealiter participeren meer docenten dan degenen die een dergelijk project “officieel” begeleiden en die dus meegaan naar het buitenland.

Andere eisen zijn onder meer dat de deelnemende leerlingen en  docenten een bepaald thema bestuderen en dat er een eindproduct in welke vorm dan ook tot stand komt. Ook dient er een evaluatie plaats te vinden.
 
Globaal zullen we voor de leerlingenuitwisselingen bij het Europees Platform een beroep doen op twee programma’s. Dat zijn het Nederlandse PLUVO (Programma Leerlingen Uitwisseling Voortgezet Onderwijs) en het nieuwe Lifelong Learning Programme (LLP) van de Europese Unie. “Comenius”, dat bedoeld is voor het voortgezet onderwijs, is daar een onderdeel van. Met name dáár zullen we gebruik van maken.

IV. Tot besluit

Over één ding willen we duidelijk zijn: uitwisselingen zijn geen uitjes. Er is vanzelfsprekend aandacht voor de cultuur van een ander land, maar nog belangrijker is dat de leerlingen vanuit hun verschillende achtergronden samen werken aan een gemeenschappelijk onderwerp. Ze nemen op een intensieve manier deel aan een gezamenlijk onderwijsproject. Idealiter is een uitwisselingsperiode een soort werkweek, die van te voren in de lessen, tijdens de KWT of anderszins wordt voorbereid. Het uiteindelijke resultaat kan zijn: een portfolio, een uitwisselingsdossier, een krant, een boekwerk, een film… Enfin, er zijn legio mogelijkheden.

Tenslotte hopen we natuurlijk dat iedere betrokkene straks kan zeggen: ik ben een enorm waardevolle ervaring rijker!

Hans Sonnemans
Coördinator Internationalisering